Mensen zijn personen
Stelling 22: Mensen zijn personen
Een persoon is iemand die dingen kan beleven. Bijvoorbeeld, een mens ziet de blauwe lucht met zijn ogen en de informatie van de ogen wordt verder verwerkt door de hersenen, maar het bijzondere is dat het waarnemen van de blauwe lucht beleefd wordt door de mens. Een beleving kan intrinsiek positief of negatief zijn of ergens daar tussenin. Een voorbeeld van een negatieve ervaring is als iemand pijn heeft en daardoor een pijn-belevenis meemaakt. Wanneer er een belevenis is, dan moet er noodzakelijkerwijs ook een persoon zijn, namelijk de persoon die het beleeft. Dit is zelfs waar voor die belevenissen die illusies zijn. Ook voor een illusie-belevenis is een persoon nodig die de illusie ondergaat.
De aanwezigheid van een persoon is datgene dat een belevenis mogelijk maakt. Maar behalve de persoon om de belevenis mee te maken, zijn er ook signalen nodig die bij de persoon binnenkomen, die de belevenis in gang zetten. Bijvoorbeeld in het geval van pijn zijn er pijnsignalen nodig die via het zenuwstelsel uiteindelijk binnenkomen bij de persoon. Als een verdoving is toegediend, dan bereiken de pijnsignalen de persoon niet, en beleeft de persoon geen pijn. De mate van beleving hangt dus af van de signalen die van buitenaf binnenkomen, en die signalen zijn afhankelijk van de fysieke situatie. Tijdens de slaap zijn er minder signalen die de persoon bereiken en is de beleving minder intens. Maar dit betekent niet dat een persoon minder een persoon is, als hij minder beleeft. Een persoon kan veel of weinig meemaken. In principe kan zelfs de beleving stoppen en daarna weer doorgaan, zonder dat de persoon daardoor wordt aangetast, al is het wel een vernedering voor de persoon. De mate van beleving bepaalt niet wat een persoon is. De persoon is degene die iets meemaakt, en de essentiële component van beleving, maar de persoon is niet de beleving zelf. De persoon gaat ver uit in belangrijkheid boven zijn beleving.
Een mens krijgt signalen binnen vanuit zijn lichaam. Omgekeerd kan een mens-persoon signalen versturen naar zijn lichaam. Dat noemen wij beslissingen. Net zoals beleving kan variëren in intensiteit, kunnen ook de keuzemogelijkheden variëren, afhankelijk van de fysische situatie. Bijvoorbeeld, als iemand wakker is, zijn de keuzemogelijkheden groter en gevarieerder dan in de situatie wanneer iemand slaapt. De hoeveelheid keuzes die we kunnen maken, bepaalt niet of we al dan niet een persoon zijn. Een kleine hoeveelheid keuzemogelijkheden is alleen een vernedering voor de persoon. Zelfs als de keuzemogelijkheid tijdelijk stopt, en iemand alleen kan observeren, is dat nog steeds een persoon. Wij kunnen concluderen dat mensen personen zijn, ten eerste omdat zij dingen kunnen beleven, en ten tweede omdat zij dingen kunnen beslissen. Een van beide is voldoende om vast te stellen dat iemand een persoon is.
Gerelateerde stellingen
|